“We spreken elkaar aan op wat we hebben afgesproken”

06-12-2012

Gerda Lelieveld, deskundige Hygiëne en Infectiepreventie Rijnland Ziekenhuis

“We spreken elkaar aan op wat we hebben afgesproken”

Sinds een aantal jaren besteedt Gerda Lelieveld hernieuwde aandacht aan hygiëne infectiepreventie. Daarmee heeft ze in het Rijnland Ziekenhuis veel succes geboekt. Maar dat deed ze niet alleen. Een voorbeeld: op de OK heeft ze een verbeterteam om zich heen verzameld dat bestaat uit een arts-microbioloog, een chirurg, een anesthesist, een operatieassistent, een anesthesiemedewerker, een physician assistent ortho, een datamanager en een deskundige infectiepreventie.

“Dat team is erg belangrijk. Daarmee laten we zien dat hygiëne infectiepreventie niet uitsluitend een zaak is van onze afdeling. Het gaat niet om “onze” infecties. Met de samenstelling van het team laten we zien dat het een zaak van ons allemaal is.
Daarnaast is het belangrijk dat we een hecht team van deskundigen Infectiepreventie hebben. De neuzen staan dezelfde kant op en we zijn het eens over de wijze waarop we zaken aan willen pakken. Dat stralen we uit naar de rest van het ziekenhuis.

Dat team is dus een sleutelfactor voor succes. Maar zijn er nog meer voorwaarden? “We moeten natuurlijk zelf het voorbeeld geven en we moeten zichtbaar zijn in het huis. Medewerkers moeten ons kunnen vinden, moeten ons zien. We zijn altijd op de werkvloer aanwezig.
Tenslotte is het een kwestie van vasthouden. Het lukt niet in één keer om een cultuur te veranderen waarin het “not done” is om elkaar te wijzen op de regels rondom hygiëne infectiepreventie. Dat is geen onwil, het is onderdeel van de cultuur. Het gaat toch altijd goed? Waarom zou ik dan bij patiëntencontact mijn sieraden afdoen?
Medewerkers spreken elkaar ook niet gemakkelijk aan op het overtreden van de regels. In het begin liepen we tegen de bekende weerstand aan, maar we hebben ons vastgebeten in onze doelen.”

Hoe ben je tot de resultaten gekomen?
“ We zijn begonnen met het verzamelen van data. Met de cijfers in de hand hebben we een businessplan gemaakt en met dat plan zijn we naar de Raad van bestuur gestapt. Door de concretisering van het probleem en de onderbouwing met de cijfers  hebben we een jaar gekregen om het businessplan te implementeren in de organisatie.

We hebben gezocht naar “de gaatjes”, de mogelijkheden en de kansen die het ziekenhuis ons bood om succes te boeken. Dat lukte onder andere door duidelijk te blijven maken dat hygiëne infectiepreventie geen stokpaardje is van ons, maar dat het terugbrengen van infecties van belang is voor het hele ziekenhuis.
Kijk bijvoorbeeld aan de extra kosten die de behandeling van de infecties met zich meebrengt.
Als voorbeeld gebruiken we vaak Nutricia. Als daar niet voor meer dan 100% steriel wordt gewerkt en het gaat mis, dan levert dan een kostenpost van miljoenen euro’s op. Daar is het bedrijf ongelofelijk alert op. Is het dan niet vreemd dat er in een ziekenhuis onvoldoende aandacht voor hygiëne en infectiepreventie is? Daar gaat het tenslotte om mensenlevens. Je geeft als patiënt je leven in handen van een dokter.

De objectieve data zijn en blijven belangrijk om ons huis alert te houden.
Daarnaast bespreken alle statussen maandelijks door met de chirurgen. Dat leverde in het begin ook weerstand op, maar het werkt als je objectieve cijfers aan kunt dragen.
Het draagvlak bij de leden van de Raad van bestuur is ook belangrijk. Zij lopen regelmatig kwaliteitsrondes samen met de kwaliteitsmedewerkers en zij attenderen medewerkers op overtredingen. Sterker nog, ze delen verpleegstershorloges uit als ze constateren dat medewerkers bij patiëntencontact horloges dragen.
Jonge artsen in opleiding worden doordrongen van het belang van een goede hygiëne infectiepreventie.

Al met al hebben we in de afgelopen maanden veel resultaten geboekt. Die dragen we uit.
Dat is natuurlijk mooi, maar we willen meer. Dit najaar staat handhygiëne op de agenda, ook bij de polikliniek en de functieafdelingen.
De aandachtsvelders infectiepreventie (dat is de naam van de HKM’ers in het Rijnland Ziekenhuis, red.) spelen een belangrijke rol. We willen graag op iedere afdeling een AVI’er hebben.  Er ligt nog veel werk en we kunnen nog heel veel winnen. Gelukkig hebben we de tijd (en de media-aandacht) mee.”