Vicki Erasmus over naleving hygieneregels

15-01-2013

“HKM-er kan een belangrijke rol vervullen” 

Op 25 april 2012 is Vicki Erasmus, wetenschappelijk onderzoeker aan het Erasmus MC, gepromoveerd op haar onderzoek naar het gedrag rondom handhygiëne. Het onderzoek is uitgevoerd in 24 ziekenhuizen, verspreid over het hele land.
Zoals bekend kan een deel van de ziekenhuisinfecties worden voorkomen door het naleven van de hygiëneregels. Niet zo maar naleven of een beetje naleven, maar een strikte naleving is noodzakelijk om de toename van ziekenhuisinfecties een halt toe te roepen.

Voor zover bekend laat het onderzoek van Vicki Erasmus als eerste zien dat het handhygiënegedrag van artsen en verpleegkundigen door verschillende factoren wordt beïnvloed.
De resultaten hebben uitgewezen dat er nog veel te verbeteren valt. Het blijkt dat slecht 20% van de medewerkers in de onderzochte ziekenhuizen, die direct met patiënten in contact komen, de hygiëne- en infectiepreventieregels naleeft. Er wordt geen onderscheid geconstateerd tussen artsen en verpleegkundigen. Hoewel tijdens de opleiding van jonge artsen steeds meer aandacht wordt besteed aan richtlijnen voor hygiëne- en infectiepreventie, heeft dat tot dusver niet tot een betere naleving geleid.

Vicki Erasmus:
“Het gebrek aan naleving heeft vooral te maken met gewoontegedrag, maar ook voorbeeldgedrag, de cultuur en sociale invloeden binnen het ziekenhuis spelen een rol. Daarnaast zijn werkdruk en de beschikbaarheid van de juiste materialen ook van invloed.
Artsen en vooral verpleegkundigen richten zich naar het beleid van de afdeling. Je moet sterk in je schoenen staan, wil je een andere koers varen.

De Raad van Bestuur kan ook een rol spelen. Als deze het belang van naleving ondersteunt en dat ook uitdraagt, dan helpt dat zeker.

Ook de HKM-er kan een functie vervullen, maar dat is mede afhankelijk van de cultuur van het huis, van de persoon van de HKM-er zelf en van de bereidheid van artsen en verpleegkundigen om mee en samen te werken. Het is belangrijk dat het ziekenhuis de rol van de HKM onderschrijft en een structuur schept waarbinnen deze kan werken.”

Vicki is inmiddels bezig met een vervolgonderzoek. Daarin zijn teaminterventie en intrinsieke motivatie rode draden.
Bij de teaminterventie maken teams van artsen, verpleegkundigen en HKM-ers de hygiëneregels expliciet en stellen de normen en richtlijnen voor hun organisatie vast. Als je daarover concrete afspraken maakt, kun je elkaar in een vertrouwde context aanspreken en, waar nodig, corrigeren. In die teams kan de HKM-er een coördinerende functie vervullen.