Thea Daha, adviseur infectiepreventie

05-04-2012

HKM’ers enorme steun voor Adviseurs Infectiepreventie

“Als een diesel doorgaan!”

“Ik vind dat hkm’ers de linking pin zijn tussen de adviseur infectiepreventie en de afdeling. Ze zijn een enorme steun voor de adviseurs infectiepreventie, zeker als je kijkt naar het aantal ziekenhuisbedden versus het aantal beschikbare adviseurs infectiepreventie.”

Aan het woord is Thea Daha, adviseur infectiepreventie, tevens secretaris van de WIP, de Werkgroep InfectiePreventie, die al sinds 1982 richtlijnen opstelt voor infectiepreventie voor de intramurale gezondheidszorg.

“Op zich hebben de hkm’ers geen gemakkelijke taak. Het gevoel voor infectiepreventie zit helaas niet in de vingertoppen van artsen en verpleegkundigen ondanks het feit dat we hier al 150 jaar aan werken.
Als je bedenkt dat maar 20% van de medewerkers in ziekenhuizen de handen wast na toiletbezoek, dan zegt dat genoeg, toch?
Blijkbaar zijn adviseurs infectiepreventie, microbiologen en infectiologen niet de aangewezen personen om ons bewust te maken van hygiëne infectiepreventie. We hebben inmiddels gedragswetenschappers nodig om ons gedrag op dit gebied in positieve zin te beïnvloeden.

De WIP maakt algemene richtlijnen, niet meer en niet minder. Het zijn geen pasklare adviezen, maar bouwstenen voor te ontwikkelen beleid. Op de werkvloer van de diverse instellingen wordt door de professionals een vertaalslag van de richtlijnen gemaakt die gebaseerd is op het beleid van het ziekenhuis.

Sommige richtlijnen gelden voor iedereen. Dat zijn de algemene voorzorgsmaatregelen  die voor alle patiënten gelden ongeacht de patiëntenstatus. Het gaat dan om handhygiëne, persoonlijke hygiëne, bloed- en prikaccidenten en isolatie. Dat is de basis. De overige richtlijnen zijn daarop gebaseerd.

Maar je ziet dat zelfs de algemene voorzorgsmaatregelen niet overal goed worden toegepast. We wassen onze handen wel als er gevaar is voor onszelf, maar blijkbaar niet als het gaat om gevaar voor de patiënt.
In de opleidingen zou veel meer aandacht gegeven moeten worden aan die basis. Die zouden studenten met de paplepel ingegoten moeten krijgen. Nog een reden om blij te zijn met de hkm’ers: zij worden wel goed opgeleid.
Overigens geldt ook hier: goed voorbeeld doet goed volgen. Als de leidinggevende  de regels voor infectiepreventie in acht neemt, doen medewerkers dat ook.

In de praktijk grijpen vooral verpleegkundigen, adviseurs infectiepreventie en microbiologen terug op de WIP-richtlijnen. Hkm’ers maken er minder gebruik van. Dat is ook logisch, zeker als de relatie tussen de adviseur infectiepreventie en de hkm’er goed is. Dan zorgt de hkm’er ervoor dat de protocollen en regels op de afdeling worden toegepast maar de adviseur is verantwoordelijk voor de richtlijnen, de hkm’er met name voor de implementatie en het volgen van de richtlijn.

De WIP-richtlijnen zijn vooral geschreven voor professionals op het gebied van hygiëne infectiepreventie. Die richtlijnen zijn natuurlijk ook toegankelijk voor hkm’ers, maar voor hen is er daarnaast nog een goede bron: het Landelijk Centrum Hygiëne en veiligheid (LCHV) van het RIVM heeft een praktijkdocument gemaakt met bruikbare en handige tips voor de vertaalslag van de WIP-richtlijnen. Op www.lchv.nl is dat document voor iedereen in te zien. Ik raad hkm’ers zeer aan om die site regelmatig te bezoeken.  Met de LCHV-, LCI (Landelijke Coördinatie Infectieziekten) en WIP-richtlijnen wordt de hele intra- en extramurale zorg gecovered.

Gelukkig zien we langzaam maar zeker een kentering in de aandacht voor infectiepreventie. Dat komt ook door de toename van multiresistente micro-organismen waarmee het risico op onbehandelbare infectieziekten toeneemt. Daarmee wordt de noodzaak voor een goede hygiëne en infectiepreventie steeds groter.
Mijn advies aan de hkm’er is: Als je maar blijft geloven in het belang van goede hygiëne en infectiepreventie, ga dan gewoon als een diesel door!”