“Influenza heeft een behoorlijke impact”

25-03-2016

 “Influenza heeft een behoorlijke impact”

Interview met dhr. Wim van der Hoek (RIVM) over het wel of niet vaccineren van zorgmedewerkers.

De griepgolf van 2015/2016 is heftig. Niet alleen ouderen en kwetsbare mensen krijgen er mee te maken, ook veel jonge mensen worden door deze griep geveld.
Met de griepgolf laait ook de maatschappelijke discussie (weer) op over wel/geen griepvaccinatie voor gezondheidswerkers. In deze beroepsgroep leeft nogal wat weerstand tegen de vaccinatie.
Die discussie voeren we ook vaak in kleiner verband in de cursus HKM/CIP/AVI.

We hebben de vraag: “Wel of geen griepvaccinatie voor gezondheidswerkers?” neergelegd bij Wim van der Hoek. Hij is Hoofd van de afdeling respiratoire infecties (RES) van het RIVM.

“ Vaccinatie is sowieso belangrijk. Influenza heeft een behoorlijke impact. Influenza is nog steeds een belangrijke oorzaak van ernstige ziekte en sterfte. Daar wordt soms wel licht over gedacht. Ieder jaar laait er bij professionals en het brede publiek opnieuw discussie op over wel/niet vaccineren. De positie van het RIVM als overheidsinstantie is lastig in dezen. Voor huisartsen wordt het vaccin immers betaald door de overheid terwijl vaccinatie van zorgmedewerkers een zaak is van de werkgever. “

Effectief vaccin
Om een goede match te krijgen tussen vaccin en de circulerende virussen wordt er ieder jaar een nieuw vaccin ontwikkeld.
Het RIVM doet onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van het vaccin en monitort de griep.
In het onderzoek wordt antwoord gezocht op vragen als: “Welk deel van de bevolking wordt ziek met griepachtige klachten?” “Wordt die ziekte veroorzaakt door het influenzavirus?” “Hoe effectief is het vaccin?”

Een paar cijfers en feiten.
Wim van der Hoek:
“In 2014-2015 hadden we te maken met het A(H3N2) virus. De genetische samenstelling van dit virus week af van virussen in de seizoenen daarvoor. Dat jaar was de effectiviteit, mogelijk vanwege die genetisch samenstelling, laag.

In dat jaar hadden we te maken met een lang griepseizoen (21 weken griepepidemie). Er zijn 1,9 miljoen mensen met griepachtige klachten ziek geworden in Nederland, 370.000 mensen hebben de huisarts bezocht en er waren 10.000 ziekenhuisopnames wegens complicaties van griep. Het ging daarbij vooral om longontsteking. Er is in dat jaar een oversterfte van 8.600 gevallen geconstateerd. Dat is meer dan normaal. Het is een cijfer dat is vastgesteld op basis van de totale sterfte, niet per doodsoorzaak. De aanname is dat er wel een relatie is met influenza.

2015-2016
Ook dit jaar brengt de griepgolf complicaties en veel ziekenhuisopnames met zich mee. We hebben niet de beschikking over harde cijfers, maar binnen de ziekenhuiswereld wordt de aanname bevestigd.
Deze griepgolf heeft nog een opmerkelijk kenmerk: er worden veel mensen in een jongere leeftijdsgroep door getroffen, mensen tussen 40-60 jaar die eigenlijk verder gezond waren.
Een verklaring hiervoor kan liggen in het feit dat we nu te maken hebben met het A(H1N1)pdm09 virus. Daar zit voor een deel het “oude” Mexicaanse griepvirus in. Oudere mensen zijn daar wellicht immuun voor omdat ze in het verleden al aan andere H1N1 virussen zijn blootgesteld of daar een aantal jaren geleden al een vaccinatie voor hebben gehad.

Monitoring
In Europa wordt het verloop van de griep door middel van een goed functionerend surveillance netwerk goed gemonitord. Al tijdens het lopende seizoen worden schattingen gedaan over naar de effectiviteit van het vaccin, zodat er gaande het seizoen nog maatregelen getroffen kunnen worden.
In 2014/2015 werd al een maand nadat de griepgolf uitbrak, bekend dat het om een ander virus ging dan verwacht. Daardoor bestond de mogelijkheid dat het vaccin minder effectief zou zijn. Er werd geadviseerd om patiënten met influenza met antivirale middelen te behandelen. Dat hebben we in Nederland niet gedaan, omdat we in ons land restrictiever zijn in het toedienen van antivirale middelen. Maar het advies is wel heel snel gekomen.
Hoewel het gaat om voorlopige cijfers kunnen we zeggen dat de effectiviteit van het vaccin dit jaar redelijk is (46%).

Belang voor gezondheidswerkers
Nederland heeft een hoge vaccinatiegraad bij ouderen en kwetsbare mensen (75%). Onder gezondheidswerkers is de vaccinatiegraad van 13% dramatisch slecht. De cijfers voor 45 ziekenhuizen variëren van 2% tot 33 % per ziekenhuis.
Er ligt een internationaal advies, ook van de WHO, om gezondheidszorgmedewerkers te vaccineren. Is het niet ter bescherming van henzelf, dan toch zeker ter bescherming van de kwetsbare mensen die zij verplegen en verzorgen.
Als je dit cijfer vergelijkt met cijfers in de rest van Europa, doet Engeland het vooral beter. Ook een aantal Oost-Europese landen doet het goed. Maar andere ons omringende landen doen het niet veel beter dan Nederland.
In Amerika is de vaccinatiegraad hoger. De rechter heeft daar de uitspraak gedaan dat ziekenhuizen recht hebben om medewerkers te vragen zich te vaccineren. In een aantal ziekenhuizen in Amerika is de vaccinatiegraad dan ook 100%, daar kan men zich niet aan vaccinatie onttrekken.”

Lage vaccinatiegraad
Waarom de vaccinatiegraad onder professionals zo laag is? Het antwoord op deze vraag is lastig te geven. In de afgelopen jaren zijn er drie proefschriften verschenen over de vraag waarom gezondheidsmedewerkers zich niet laten vaccineren. In die onderzoeken worden vragen gesteld over het belang van vaccinatie en de reden voor niet vaccineren. Er zijn ook interventies geweest, actieve campagnes met goede informatieverstrekking.
Die hadden wel enig effect, maar dat beklijfde niet.
De redenen waarom professionals zich niet laten vaccineren zijn complex en divers.
We horen wel dat gezondheidszorgmedewerkers vaak dezelfde reden voor niet vaccineren aandragen als mensen die niet uit de gezondheidszorg komen: ik heb nooit griep, het vaccin heeft bijwerkingen, ik word juist ziek van het vaccin etc.
Bijwerkingen van het vaccin zijn er wel, maar lokaal (pijn op de vaccinatieplek, roodheid). Overige bijwerkingen worden in het algemeen als zeer zeldzaam ingeschat.

Relatie tussen influenza en oversterfte?
“Er is weinig onderzoek gedaan naar relatie tussen complicaties bij influenza en oversterfte. De ziekenhuizen verstrekken pas na afloop van het kalenderjaar gegevens. Er lopen op dit moment twee projecten met ziekenhuizen (LUMC en Jeroen Bosch) waarin we kijken welk deel van patiënten met ernstige luchtweginfecties influenza hebben en of er een relatie bestaat. Wat gebeurt er dan met die patiënten? Worden ze getest?
Er zijn geluiden om alle patiënten die worden opgenomen met ernstige luchtweginfecties te testen op influenza. Longartsen hebben hier bedenkingen tegen. Als namelijk blijkt dat er een relatie bestaat, moet je patiënten isoleren. Dan loop je tegen een capaciteitsprobleem op. Samen met ziekenhuizen kijken we naar het beste beleid.”

 Er wordt ook niet specifiek gekeken naar de gevolgen van griep opgelopen in het ziekenhuis. Ziekenhuizen moeten dat zelf onderzoeken. Uit internationale studies blijkt dat dat wel een probleem is.
Als er een besmette patiënt op een algemene verpleegafdeling komt, is het risico van besmetting natuurlijk groter.
Als je patiënten meteen test bij binnenkomst, kun je je afvragen of opname wel noodzakelijk is. Als het gaat om influenza met een virale pneumonie, is de patiënt misschien beter af thuis dan in het ziekenhuis. Dat geldt niet alleen voor de patiënt, dat geldt ook voor het ziekenhuis.”

Het belang van vaccinatie, ook voor zorgmedewerkers, is duidelijk. Maar de redenen om niet te vaccineren, zijn divers. De discussie duurt voort…