Hygiene-infectiepreventie integreren in de standaardzorg

03-02-2014

“Eigenlijk moet iedereen op de afdeling HKM’er zijn”

“Antibiotica resistentie krijgt de laatste jaren veel aandacht in de media. Laten we voorop stellen dat infectieziekten bij de gezonde bevolking in de toekomst geen belangrijke doodsoorzaak zullen zijn. We moeten de gevolgen voor de gezondheid niet overdrijven. Mensen die niet vatbaar zijn voor infectieziektes (zoals gezonde volwassenen) hoeven niet bang te zijn, zij hebben immers geen antibiotica nodig. Resistentie is vooral een probleem voor mensen die opgenomen worden in het ziekenhuis. Die hebben vaak behandeling nodig. In onze ziekenhuizen hebben we de situatie in het algemeen goed onder controle. Als daar verspreiding optreedt, wordt het meteen een groot probleem dat uitgebreid aandacht krijgt. We maken ons wel zorgen om de snelle toename van resistentie in landen om ons heen. Dat kan ook de veiligheid van onze zorg bedreigen.

In verpleeghuizen is de bestrijding een ander verhaal. We hebben daar te maken met een woonsituatie en met medewerkers die veelal niet als verpleegkundige zijn opgeleid  Daar zijn veel meer problemen op het gebied van basale hygiëne.”

We zijn in gesprek met Jan Kluytmans, professor microbiologie en Infectiepreventie aan de VUMC en dé deskundige in Nederland op het gebied van Hygiëne en Infectiepreventie.

“Dat we het in de ziekenhuizen op zich goed hebben geregeld betekent niet dat we geen aandacht meer moeten geven aan infectiepreventie. We zien dat de basale maatregelen onvoldoende worden nageleefd. Daar is echt nog winst te halen. Patiënten van nu zijn ouder, kwetsbaarder en zieker dan vroeger met alle gevolgen van dien. Daarvan zijn we ons te weinig bewust. We moeten voorkomen dat er infecties ontstaan, dan hoeven we ze niet te behandelen.

Dat vraagt van ons dat we met een andere blik naar Hygiëne en Infectiepreventie (HIP) kijken. Op dit moment zijn we HIP aan het verbijzonderen, we maken er een aparte discipline van. We hebben deskundigen Infectiepreventie en HKM’ers. Het grote nadeel daarvan is dat de overige medewerkers zich niet meer verantwoordelijk voelen. Dat vind ik niet goed. Infectiepreventie moet aan de basis van je handelen staan. Eigenlijk zouden de deskundigen HIP en de HKM’ers voor de basishygiëne overbodig moeten zijn. Zij zouden op een heel ander niveau moeten acteren.

In de toekomst moet HIP onderdeel worden van de standaard zorg. Onze professionals moeten HIP in de dagelijkse contacten met en verzorging van de patiënt c.q. verpleeghuisbewoners, vanzelfsprekend gaan vinden.

Dat betekent dat HIP veel meer aandacht moet krijgen in de (verpleegkunde)opleidingen. Om in de toekomst de problemen met resistente bacteriën de baas te blijven moeten we ook investeren in de bouw. Bij nieuwbouw moeten er standaard eenpersoonskamers komen met eigen sanitair. Teamleiders en medici moeten het belang van de basishygiëne onderschrijven door op de werkvloer een voorbeeldrol te vervullen en ervoor te zorgen dat regels ook daadwerkelijk worden toegepast.

Gelukkig is er in de afgelopen jaren al veel verbeterd, onder andere door de maatschappelijke ontwikkelingen en door het feit dat de patiënt veel mondiger is geworden. Maar er moet nog veel veranderen. De HKM’er heeft wat dat betreft zeker in verpleeghuizen een belangrijke rol te vervullen. In ziekenhuizen zouden de HKM’ers de initiators kunnen zijn van een veranderingsproces waarmee ze uiteindelijk zichzelf overbodig maken.”